Ulla en Detlev Göbel: GURU YOGA Meditatie op de lama

Milarepa: “Emaho! Allervriendelijkste Marpa Lhodragpa! Met heel mijn hart denk ik aan je, in mijn hart houd ik een beeld van jou, en wens ik telkens weer nooit van jou gescheiden te zijn. Als ik mijn geest meng met die van de Lama, ben ik gelukkig.”

Marpa, de eerste Tibetaan in de Kagyu Linie had in India twee hoofdleraren, Naropa en Maitripa. Naar de verschillende lessen die hij van hen ontving, spreekt men bij de Kagyu’s van de Weg van Maitripa en de Weg van Naropa, beide zijn een toegang tot het hoogste doel, het Mahamudra-inzicht. De twee zwaartepunten zijn niet alleen eigen aan de Kagyu’s maar aan de hele Diamantweg; in het algemeen worden ze de Weg der Bevrijding en de Weg der Methoden genoemd.

Op de Weg van Naropa staan na de Basisoefeningen (Ngundro) de Diamantweg meditaties op licht- en energievormen (Yidams) en meditaties op het innerlijke energiesysteem op de voorgrond. Op de Weg van Maitripa werk men daarna met de meditaties van geestesrust (shiné) en van helder zien (lhagtong). Dit is het ene aspect van deze weg; een tweede aspect heet Tantra-weg der Bevrijding en werkt ook met Diamantweg-methoden.

Zoals de 16de Karmapa wenste, neemt in het Westen de Guru Yoga een belangrijke plaats in tussen de twee genoemde wegen, wat uitdrukking geeft aan de blijvende frisheid en rijkdom van Boeddha’s methoden. Je kan het in het dagelijks leven vaak en zonder lange retraites doen; circa 90% van lama Ole’s leerlingen doen de meditatie in een van de vele vormen die er zijn. Door de menselijke rijpheid die bereikt wordt, biedt het tevens voortreffelijke toegangen tot de wegen van Naropa en Maitripa. Het hart van de Guru Yoga Weg is overgave (devotie) en identificatie met de lama. Van alle Tibetaanse scholen is met name de Kagyu Linie erom beroemd dat ze de transmissie draagt voor deze manier van realisatie. Zo beginnen bijvoorbeeld de meeste liederen van Milarepa, Tibet’s beroemdste yogi en het grote voorbeeld van alle Kagyu’s, met een toegewijde lofprijzing op zijn leraar Marpa.

De literatuur van de hoogste boeddhistische beoefeningen – de Diamantweg, het Grote Zegel (Mahamudra) en de Grote Perfectie (Maha Ati) – staat bol van de uitspraken van grote meesters over de bijzondere rol van de Guru Yoga. Velen van hen benadrukken dat het mogelijk is enkel door overgave en door te mediteren op de eigen leraar het hoogste doel te bereiken.

De 9de Karmapa Wangchug Dorje zegt:

‘Mediteer erop dat de glorierijke Guru onscheidbaar (van je) boven je hoofd is. Denk aan zijn goedheid, en open je telkens weer voor hem. Vervolmaak je je overgave en laat je je geest met de zijne versmelten, dan zul je alleen al daardoor het doel bereiken.’

Dhagpo Tashi Namgyal, schrijver van de belangrijkste Grote Zegel werken in onze linie:

‘Deze meditatieschool (de Kagyu), waarvan men zegt dat hij de kracht van zegen-transmissie heeft, raadt twee wegen aan om een eerste meditatie-ervaring op te doen en die te realiseren. Beide bouwen op de zegen van een leraar. Daarom moet de mediterende alles doen wat in zijn vermogen ligt om de zuiverste toestand van een leraar te herkennen door intensief te mediteren.’

Dilgo Khyentse Rinpoche, een van de grootste meesters van het Tibetaans boeddhisme en in het bijzonder van de Nyingma Linie:

‘De diepste lessen die er zijn, het Grote Zegel en de Grote Perfectie, worden eerder herkend door overgave dan door intellectualiseren.’

Rigdzin Jigme Lingpa, een van de grootste en belangrijkste leraren in de Dzogchen Linie zei in de 18e eeuw:

‘Toen ik de geschriften van de tweede Boeddha, Longchenpa, zag, daagde het me dat hij werkelijk een boeddha was. En ik opende me met heel mijn hart voor hem. Hij verscheen in een visioen dat ik had en nam mij aan. Spontaan inzicht werd in mij geboren, en sinds die dag heb ik meer dan honderd leerlingen geleid. […] De manier waarop ze allemaal de uiteindelijke waarheid herkenden, was uitsluitend door de kracht van hun overgave.’

Veel mensen denken bij de uitdrukking ‘Guru Yoga’ in eerste instantie aan de laatste van de Vier Basisoefeningen (Ngundro). De geest richten op verlichting voor het welzijn van alle wezens, je van negatieve indrukken reinigen en je met positieve indrukken vullen, resulteren in de opbouw van goede indrukken en wijsheid. Die maken de vierde oefening mogelijk: de Guru Yoga, de versmelting van lichaam, spraak en geest met die van Karmapa.

Zo kan het idee vaak opkomen dat Guru Yoga een soort beginnersoefening is, en dat daarna de ‘hoge’ oefeningen komen. Maar mediteren op de lama gaat veel verder; het is niet alleen een voorbereidende oefening. Tegenwoordig raden veel leraren aan om na de Basisoefeningen door te gaan met een Guru Yoga beoefening, in elk geval een tijdlang - eventueel zelfs als hoofdbeoefening. Wij gebruiken vooral de meditatie op de 8ste Karmapa Mikyö Dorje, soms ook meditaties op de 2de Karmapa (Karma Pakshi) en op Milarepa, Marpa en andere meesters. Veel grote meesters zien Guru Yoga feitelijk als de eigenlijke hoofdbeoefening:

Jamgon Kongtrul Lodrö Thaye, liniehouder van de Karma Kagyu School in de 19de eeuw en een van de grootste geleerden van de linie:

‘Ook al wordt Guru Yoga aangeduid als ‘voorbereidende oefening’, toch is ze de eigenlijke hoofdoefening, want het hangt van de Guru Yoga af of er meditatie ontstaat of niet.”

Dilgo Khyentse Rinpoche:

‘Omdat het eigenlijke hart van alle niveaus en oefeningen juist de Guru Yoga is, zou men de plank misslaan als men die zou zien als enkel voorbereidende oefening en dus niet zo belangrijk.’ 

~

‘Technisch gezien behoort Guru Yoga tot de Basisoefeningen, maar in feite is het het hart van de hoofdbeoefening.’

Patrul Rinpoche, een van de beroemdste meesters van de 19de eeuw:

‘Jullie kunnen deze leer vergelijken met alle andere van de negen yana’s, maar jullie zullen geen beter of dieper werkend pad vinden dan dit. Het mag dan een voorbereidende oefening genoemd worden, in feite is deze het belangrijkste punt van alle hoofdbeoefeningen. Als jullie dit altijd en overal tot het hart van jullie beoefening maakt, zal dat absoluut voldoende zijn – ook als jullie niets anders beoefenen.’

Longchenpa van de Nyingma Linie, een tijdgenoot van de 3de Karmapa en een van de grootste geleerden in de geschiedenis van Tibet:

‘Alleen door het beoefenen van overgave aan de leraar zal men gemakkelijk de niveaus en paden bereiken. Als je in gedachten nooit gescheiden bent van je geestelijk leraar, zullen alle volledig ontwaakten altijd bij je en onscheidbaar van je zijn. Hoewel deze oefening aangeduid wordt als laatste van de voorbereidende oefeningen, is ze eigenlijk de belangrijkste oefening die bestaat.’

Echte devotie is geen blind geloven, maar vereist het een en ander. Bijvoorbeeld een grondig wederzijds onderzoek van leraar en leerling. Een goede leraar leert de leerlingen daarom ook aan welke criteria ze hem en andere leraren kunnen toetsen, in het kader van de mogelijkheden van dat moment. Is de leerling daarna in staat tot werkelijk vertrouwen in en overgave aan een authentieke leraar, dan is dat de snelste weg om spontaan en moeiteloos meditatieve ervaringen en inzichten te laten ontstaan.

Er zijn citaten van grote meesters die nog verder gaan dan de Guru Yoga als de hoofdoefening te benoemen. Daarin is sprake van Guru Yoga als ‘de diepst werkende van alle boeddhistische oefeningen’.

Dilgo Khyentse Rinpoche:

‘… wordt Guru Yoga als de belangrijkste en noodzakelijkste van alle oefeningen gezien en is in zich- zelf de zekerste en snelste weg om het doel van verlichting te bereiken.’

~

‘Je eigen geest te laten versmelten met die van je leraar is de meest fundamentele van alle oefeningen en de kortste weg naar realisatie. Het is de levenskracht van het pad, en die ene oefening die alle andere in zich verenigt.’

Longchenpa:

‘Bij oefeningen met een opbouw- en oplosfase is het niet de aard van die oefeningen zelf die bevrijding brengt, aangezien die van andere factoren afhangt, bijvoorbeeld van de vraag hoe je de oefening benadert en de ervaringen ervan verdiept. Maar bij de Guru Yoga doet het pad zelf, puur door zijn eigen aard, het inzicht in de ware aard van de dingen in je ontstaan, en brengt het bevrijding. Daarom is Guru Yoga het fundamenteelste van alle paden.’

Tashi Özer, een leerling van Jamgon Kongtrul Lodrö Thaye:

‘Door Guru Yoga, het pad van vertrouwen, breng je de gedachten van de reine visie op het pad en herken je moeiteloos de ‘Dharma van het Grote Zegel’.’

Dat de weg van de Guru Yoga tegenwoordig misschien niet meer zo gemakkelijk te volgen is, geeft lama Ole Nydahl aan in zijn boek Zoals de dingen zijn, waarin hij zegt:

‘Aangezien niet elke leraar onwankelbaar is en niet iedereen een diep vertrouwen kan opbouwen, is het niet gemakkelijk deze weg te gaan. Als de brede stroom van meer algemeen geïnteresseerde, toekomstige boeddhisten de speerpunt volgt van mijn yogi-leerlingen, die nu de Diamantweg opstoten in de wereld, zal de Guru Yoga misschien weer meer geheim worden.’

Het mag voor gevoelige mensen wat extreem klinken, maar veel grote meesters van de Kagyu Linie, maar ook andere linies, benadrukten zelfs dat het eigenlijk uitsluitend door overgave en Guru Yoga mogelijk is om de verlichting te bereiken. Lama Ole legt het als volgt uit:

‘Hoe hoger je de leraar kunt zien, des te directer zul je zijn of haar methoden kunnen opnemen. Wie in staat is sentimentele gevoelens te vermijden en de lama te zien als uitdrukking van zijn eigen inherente eigenschappen, drukt zo de meeste verlichtingsknoppen van zijn geest in.’

Gampopa, de hoofdleerling van Milarepa en leraar van de 1ste Karmapa:

‘Voor inzicht in het Grote Zegel is er geen andere methode dan overgave vol vertrouwen.’

Jigten Sumgön, stichter van de Drikung Kagyu Linie:

‘De enige zekere methode om spirituele inzichten te ontwikkelen is overgave vol vertrouwen.’

Kjeme Shang:

‘Inzicht hangt enkel en alleen van zegen af. Alleen door de zegen van een gerealiseerde meester zul je het zelf-gewaarzijn van binnenuit ervaren.’

Dilgo Khyentse Rinpoche:

‘Wie de wijsheid voorbij het intellect wil vinden, zonder zich voor zijn lama te openen, is als iemand die in een grot met de opening naar het noorden op de zon wacht. Hij zal nooit de eenheid van verschijnselen en geest herkennen.’

~

‘Men kan Dzogchen en Mahamudra niet zonder Guru Yoga herkennen. Guru Yoga is de sleutel.’

Patrul Rinpoche:

‘De devotionele beoefening van Guru Yoga is de enige weg om het inzicht in de ongecreëerde, ware toestand in jullie te wekken. Geen enkele andere methode zal werken.’

Drikung Kyobpa:

‘Zolang de zon van devotie niet op de sneeuwtoppen van de leraars vier boeddhatoestanden schijnt, zal de stroom van zijn zegen niet vloeien. Wek dus serieuze devotie in jullie geest!’

Onder de verschillende scholen van het Tibetaans boeddhisme staat vooral de Kagyu School erom bekend dat de zegen en groei ontstaan uit een nauwe verbinding tussen leraar en leerling.

Gampopa:

‘‘Onze linie is de zegenlinie. Een diep begrip van het Grote Zegel is zonder de zegen van een leraar niet mogelijk. De overdracht van zegen kan zonder problemen plaatsvinden. Ze ontstaat door aanroep vanuit vertrouwen en verering. Een leerling met diep vertrouwen krijgt een krachtige zegen. Iemand met middelmatig vertrouwen krijgt een middelmatige zegen, en iemand met gering vertrouwen een geringe zegen. Het ligt in de aard der dingen dat men zonder vertrouwen geen zegen kan krijgen. Voor de beoefenaars die er niet in geslaagd zijn een diep inzicht te ontwikkelen, is er geen andere weg dan de leraar met vertrouwen eer te bewijzen en door meditatie zijn zegen op te wekken.’

De 9de Karmapa Wangchug Dorje:

‘Onze transmissielinie is voornamelijk een zegenlinie: het is daarom zonder de zegen van een spiritueel meester te hebben ontvangen niet mogelijk meditatieve ervaringen en inzichten te verkrijgen.’

Jamgon Kongtrul Lodrö Thaye:

‘Als je in je hart vertrouwen versterkt, raakt het inzicht ‘steen op bot’ en krijg je de hoogste zegen van de linie.’

~

‘De sleutel tot een snelle opname van zegen is de meditatie op de leraar als boeddha.’

De 9de Karmapa:

‘Devotie is de beste manier om hindernissen uit de weg te ruimen en je oefening te verdiepen. Bij grote devotie is ook de meditatie het best. Bij middelmatige devotie is ook de meditatie middelmatig, en bij kleine devotie is ze armzalig. Als er helemaal geen devotie aanwezig is, ontstaat er ook geen meditatie. Aangezien bij ons de kracht van de devotie de kwaliteit van de meditatie bepaalt, is het belangrijk je energie vooral op devotie te richten, en je van ganser harte en ‘vanuit het beenmerg’ te openen.’

Götsangpa, stichter van de ‘Hogere Drukpa Kagyu’ school in de 13de eeuw:

‘Beoefening van het Grote Zegel heeft, samengevat, maar één zin: open je eerst voor de spirituele meester, dan versmelt hij met jou en mengen zijn vajra-geest en jouw geest zich als water met water. Laat je geest in die ervaring rusten.’

De Nyingma School werd in de 8ste eeuw opgericht door de Indiase meester Padmasambhava. Het is de oudste van de vier grote boeddhistische scholen in Tibet. Hun hoogste onderricht is de Grote Perfectie (Maha Ati), die bij hen ongeveer dezelfde plaats inneemt als het Grote Zegel (Mahamudra) in de Kagyu School. Ook in de Nyingma Linie speelt Guru Yoga een centrale rol:

Padmasambhava:

‘Jullie moeten begrijpen dat je eigen lama belangrijker is dan de duizend boeddha’s van dit tijdperk. Waarom? Omdat alle boeddha’s van dit tijdperk [pas] verschijnen nadat ze een leraar gevolgd hebben. Voordat er een leraar was, bestond het woord ‘boeddha’ niet eens.’

Yeshe Tsogyal, de Tibetaanse hoofdvriendin van Padmasambhava:

Mediteer enkel op het stralen van het zuivere gewaarzijn van de lama. Visualiseer de lama en laat de visualisatie jullie helemaal doordringen, zodat jullie en de lama één worden.’

~

‘Verlies zelfs geen ogenblik de verbinding met jullie wortellama. Visualiseer hem, eer hem, heb respect voor hem en vertrouw hem. Open je voor hem en vraag om de vier inwijdingen en zegen. Mediteer op hem als een brandend licht dat altijd in jullie hart is. Stel je voor dat je met zijn lichaam, spraak en geest versmelt tot je onscheidbaar één wordt.’

Dudjom Rinpoche, het voormalige hoofd van de Nyingma Linie:

‘Het is in het bijzonder belangrijk om al je energie op de Guru Yoga te concentreren en daaraan vast te houden als het leven en het hart van je beoefening.’

Rigdzin Jigme Lingpa:

‘Je eigen geest door middel van de vier inwijdingen te laten versmelten met de geest van de lama en dan ontspannen in die toestand te rusten, maakt het mogelijk dat de zegen van de lama in je eigen geest komt. Zo worden je eigen geest en de geest van de leraar onscheidbaar.’

Urgyen Rinpoche, die enkele jaren geleden overleed:

‘In de Kagyu- en Nyingma Traditie zegt men dat devotie een panacee is, een medicijn dat alle ziekten geneest. Als men zich enkel op devotie richt, hoeft men niet jarenlang door te brengen met het bestuderen van debatten, filosofie, grammatica, kunst, enzovoort. In het verleden hebben duizenden beoefenaars inzicht bereikt door het pad van devotie te verenigen met het pad van het Grote Zegel of van Dzogchen.’

Sommige van de grootste boeddhistische meesters hebben herhaaldelijk vergelijkingen getrokken tussen Guru Yoga en de andere oefeningen. Het is zeker niet aan persoonlijke voorkeuren of aversies toe te schrijven dat daarbij vaak gezegd werd dat de Guru Yoga alle andere oefeningen omvat en overstijgt. Men moet dit eerder zien als nog een aanwijzing dat alle geschikte methoden van de Diamantweg, van het Grote Zegel en van de Grote Perfectie, alleen maar werken als ze worden doorgegeven door een drager van een levende transmissielijn. Zonder een dergelijke verbinding ontbreekt de bijzondere kracht. Een andere reden is dat de meeste Guru Yoga oefeningen voor de meeste mensen, vooral in onze tijd, gemakkelijker te doen zijn dan veel andere Diamantweg meditaties:

De 9de Karmapa Wangchug Dorje:

‘Om dit inzicht op te roepen worden in de drie verzamelingen der geschriften, evenals in de vier Tantraklassen, vele methoden uitgelegd. In de traditie van onze kostbare Kagyu Linie wordt echter geleerd dat de diepwerkende weg van devotie voor de lama ze allemaal omvat.’

Patrul Rinpoche:

‘Alle Tantra’s leren de oefening van de Guru Yoga en zeggen dat die alle oefeningen met de opbouw- en oplosfase overstijgt.’

Götsangpa:

‘Oefen zoveel in visualisatie als je wilt, niets overtreft de meditatie op de Lama. Reciteer zoveel je wilt, niets overtreft het aanroepen van de Lama. Beoefen zoveel oplosfasen als je wilt, niets overtreft onvoorwaardelijk vertrouwen.’

~

‘Er zijn vele Kyerim-oefeningen (opbouwfase), maar niet één ervan is hoger dan de meditatie op de leraar. Er zijn vele Dzogrim-oefeneningen (oplosfase), maar niet één ervan is hoger dan volledige overgave.’

Dilgo Khyentse Rinpoche:

‘Men zegt dat het meer nut heeft om je één moment heel helder en levensecht je lama voor te stellen dan op 100.000 andere boeddha-aspecten te mediteren.’

~

‘De talloze lessen voor de opbouw- en oplosfase, voor Dzogchen enzovoort, liggen alle in gecondenseerde vorm in de Guru Yoga besloten. Guru Yoga is als de cruciale schakel in een keten, die alle andere instructies met elkaar verbindt. Het is een oefening die gemakkelijk te doen is en leidt tot het hoogste resultaat; zonder echte problemen, zonder risico dat je iets fout doet. Zoals een slim apparaat in een uur het werk van honderd arbeiders kan doen, zo verenigt hier één enkele les alle andere in zich; geen enkele les, hoe diepzinnig ook, ontbreekt. Guru Yoga is de hoofdmethode voor vooruitgang in onze beoefening en voor verwijdering van hindernissen. Het is ‘het ene, dat alles verwerkelijkt’.’

~

‘Anders dan de oefeningen van de ontwikkelings- en voltooiingsfase kan Guru Yoga op elk moment gedaan worden. Als we bijvoorbeeld met de twee genoemde fasen mediteren, zijn er allerlei belangrijke dingen om op te letten wat betreft houding van lichaam, spraak en geest. […] Maar Guru Yoga kun je altijd en onder alle omstandigheden beoefenen, en het geeft dezelfde realisaties als de ontwikkelingsfase.’

~

‘In de oplosfase van oefeningen als Innerlijke Hitte (Tumo) en fysieke oefeningen als ‘Grote Vaas’ en het vasthouden van de adem, zijn bepaalde risico’s door hindernissen en fouten. Met name het risico bestaat dat de ‘hart-wind’ sterker wordt en dit kan tot storingen in de geest leiden. Bij de beoefening van Guru Yoga heb je zulke gevaren niet en komen de diverse energiewinden op natuurlijke wijze in het centrale kanaal. Zoals voedsel eten vanzelf honger verdrijft, wekt beoefening van Guru Yoga vanzelf realisatie van onze inherente wijsheid.’

Uit de tantra’s:

‘Ook 100.000 visualisaties van de verschijningsvorm van een boeddha-aspect, zelfs als ze 100.000 maal gedaan zouden worden, kunnen niet tippen aan één enkele onwankelbare visualisatie van de verschijningsvorm van de leraar. En 100 miljard oefeningen van mantra- recitatie of Yidam-rituelen (Nyendrub), zelfs als ze 100.000 maal gedaan zouden worden, zijn niet zo werkzaam als een enkele aanroeping van de leraar die driemaal in alle oprechtheid aan hem wordt gericht. Ook wie een meditatie met oplosfase doet die een kalpa (tijdperk) waard is, en dit 20.000 maal doet, haalt het niet bij iemand in wiens geest de leraar slechts eenmaal verschijnt.’

Uit de Trisamaya-vyuharaja:

‘Om 100.000 tijdperken lang op een boeddhavorm met de tekens en symbolen te mediteren, weegt nog niet voor een duizendste op tegen één moment waarin je aan de lama denkt. Beter is het om je één enkele keer voor de lama te openen, dan om een miljoen mantra’s van een Yidam te reciteren.’

Een van de beroemde voorvallen in de geschiedenis van de Kagyu Linie is dat de Indiase meester Naropa op een ochtend door zijn meditatiekracht de reusachtige licht- en energievorm van het boeddha-aspect Oh Diamant (Tib. Che Dorje; Skt. Hevajra) aan de hemel opriep. Daarop wekte hij zijn leerling, de Tibetaan Marpa, en zei: ‘Kijk eens, je Yidam is verschenen. Voor wie maak je nu een buiging, voor hem of voor mij?’ Op dit punt in zijn ontwikkeling had Marpa eigenlijk beter moeten weten, maar vanwege nog aanwezige karmische sluiers boog hij voor de yidam in plaats van voor zijn leraar. Naropa liet de vorm van Oh Diamant oplossen en het licht straalde in zijn hart. Toen zei hij tegen Marpa: ‘Voordat er een leraar was, was zelfs de naam Boeddha niet te horen. Alle boeddha’s van de 1000 tijdperken ontstaan uitsluitend door een leraar.’

Deze gebeurtenis stond aan het begin van een zware reiniging van Marpa. Hij raakte in heel korte tijd bijzonder veel negatief karma kwijt. Marpa was lange tijd ziek, kwam dertien maal de dood nabij, raakte driemaal in coma, en leed onder depressies en nachtmerries. Toen hij alles achter zich had, benoemde Naropa hem tot zijn regent en maakte hem tot liniehouder.

Künzig Shamarpa gaf in een gesprek met lama Ole eens een moderne afronding aan de Guru Yoga. Hij raadde echter sterk aan om bij alle devotie de leraar toch nauwkeurig te onderzoeken. Aan de hand van de alarmerende voorbeelden van Trungpa en Kalu Rinpoche legde hij uit hoe belangrijk gefundeerde kennis bij de leerlingen is om misbruik van hun vertrouwen te voorkomen. Hij zei dat een leraar met slechte bedoelingen zijn kromme daden niet achter de Vinaya kan verbergen en slechts ten dele achter de Bodhisattva-belofte, maar dat de guru-rol zich daar het best voor leent, omdat de leraar als zodanig boven kritiek verheven is. Hij moest erg lachen toen lama Ole vertelde hoe hij zijn centra overal ter wereld beschermt tegen mensen die zich laten misbruiken: een paar seksueel getinte en politiek incorrecte uitspraken tijdens een lezing houden volgens hem gegarandeerd onzelfstandige en lastige mensen op een afstand.

Dit artikel is voor het eerst in het Nederlands verschenen in 2005 in de derde uitgave van het magazine "Boeddhisme NU". Een publicatie van Diamantweg Boeddhisme Nederland.

Evenementen/Agenda

Lezingen 28 okt - 4 nov. | A'dam/Gro/Ven/Reeu/R'dam...

28 okt tot 04 nov

Lees meer

Lama Ole Nydahl: The Source Of Happiness